Over zonnen

Tien Gouden Regels voor het Zonnen

1. Geniet van de zon, maar denk aan uw huid.

Het belangrijkste is dat u én uw huid genieten. Want zon is heerlijk, zowel binnen als buiten. Wie daarbij aan zijn huid denkt, geniet ook op de lange termijn van de positieve aspecten van de zon.

2. Maak geen verschil tussen UV-stralen van de echte zon en zonne-apparatuur. De huid doet dat ook niet.

Zonlicht bestaat voor een deel uit onzichtbare ultraviolette (UV) stralen. Op aarde kennen we UV-stralen in twee types: A en B. Deze stralen kunnen worden nagemaakt en toegepast in zonne-apparatuur. De huid maakt hiertussen geen verschil.

3. Draag buiten zo mogelijk een zonnehoed/-klep en kleding.

Kleding geeft de huid de beste bescherming tegen teveel UV-stralen. Een hoofddeksel met klep kan gezicht en/of hals en de nek bescherming geven.

4. Zoek de schaduw op in plaats van de volle zon, zeker tussen 12 en 3 uur.

De kracht van de UV-stralen van de zon hangt af van een aantal factoren. Is het winter of zomer, hoe dicht bij de evenaar? Maar waar we ook zijn, de zon is het sterkst tussen 12 en 3 uur. Mijd die drie uurtjes in de zon zoveel mogelijk.

5. Als u lang in de zon gaat, smeer onbedekte huid dan in met een anti-zonnebrandmiddel (voor Nederland factor 10 à 12).

In veel situaties is de buitenzon niet te vermijden en wordt de huid langer aan de zon blootgesteld dan verstandig is. Dan kan een anti-zonnebrandmiddel een uitkomst bieden als bescherming. Kijk eventueel bij het overeenkomstige artikel.

6. Laat uw huid geleidelijk wennen aan de zon en voorkom zonnebrand.

Uw huid moet wennen aan de zon, zodat hij zich kan aanpassen en zelf bescherming kan opbouwen. Op die manier voorkomt u zonnebrand. Ook voor zonne-apparatuur geldt dat de huid moet wennen.

7. Volg de gebruiksinstructies van zonne-apparatuur nauwkeurig op.

Bij elk (voor thuis aan te schaffen) zonne-apparaat hoort een gebruiksaanwijzing. Hierin staan instructies voor installatie, gebruik en onderhoud. Wie naar een zonnestudio gaat, moet een advies op maat krijgen.

8. Laat zonnen en gebruik van zonneapparatuur over aan mensen boven de 18 jaar met huidtype 2 of hoger.

Zonnen met het doel bruin te worden is niets voor kinderen.
Heeft u huidtype 1, dan moet u er rekening mee houden dat u niet of nauwelijks bruin wordt.

9. Ga uit de zon als de huid vreemd reageert met bijvoorbeeld uitslag, jeuk of snelle verbranding en raadpleeg een arts.

Om deze reacties te voorkomen, is het aan te raden alle make-up te verwijderen vóór u gaat zonnen, géén parfum en dergelijke te gebruiken en na te gaan of de medicijnen die u gebruikt onder invloed van UV-stralen (huid)reacties kunnen geven. Raadpleeg eventueel de lijst met fototoxische stoffen/producten.

10. Bij sommige huidaandoeningen helpt ultraviolette straling, bij andere juist niet. Vraag informatie bij een arts.



Mensen met bijvoorbeeld psoriasis of acne kunnen baat hebben bij een zonnebad.
Andere huidaandoeningen kunnen hierdoor juist verergeren.

Zonnen en zwangerschap


er bestaan veel misverstanden over zonnen tijdens de zwangerschap. De nodige fabels doen hierover de ronde. Maar hoe zit het nu echt? In deze informatie leest u dat u zich geen onnodige zorg hoeft te maken over de foetus, maar wel rekening moet houden met de kans op een zwangerschapsmasker.

Ultraviolette stralen, waar zonlicht voor een deel uit bestaat, kaatsen niet op de huid af, maar dringen een beetje de opperhuid in. In die opperhuid doen ze hun werk. Wat ze precies doen en op welke diepte, hangt af van de golflengte van de straling.

De indringdiepte van de ultraviolette straling is echter zo gering dat de foetus geen enkel risico loopt hiermee in aanraking te komen.

Is er dan helemaal geen reden om extra voorzichtig te zijn?

Ja, die is er wel degelijk, maar dan om een heel andere reden.
Als vrouwen zwanger zijn dan is de hormoonhuishouding sterk veranderd en dat leidt in het algemeen tot versterking van de huidpigmentatie. Bij sommige vrouwen kunnen zich onregelmatige pigmentvlekken in het gezicht ontwikkelen. Dit noemt men zwangerschapsmasker (in het Latijn: melasma of cloasma).

Dit zwangerschapsmasker kan heel ontsierend zijn en het vervelende is, dat die pigmentvlekken bij sommige vrouwen heel lang (zelfs tot enkele jaren na de bevalling) nog aanwezig kunnen zijn. Bij 70% van de vrouwen verdwijnt het zwangerschapsmasker volledig binnen één jaar na de bevalling.

Al betreft dit dus geen bedreiging voor de gezondheid, het is wel belangrijk om tijdens de zwangerschap heel voorzichtig met de zon om te gaan. Tenslotte wilt u niet het risico lopen om gedurende lange tijd met ontsierende vlekken in uw gezicht te moeten rondlopen.

Waar doe ik nu verstandig aan als ik tijdens de zwangerschap toch wil zonnen?

Probeer grote doses zonlicht ineens te vermijden. Liever dus niet in de volle zon zitten of liggen. Probeer eerst met kleine doses op de zonnebank of een zwangerschapsmasker lijkt te gaan ontstaan.

Is dit het geval, zorg er dan voor om in de resterende zwangerschapsperiode uw gezicht uit de zon te houden. Als u toch wilt zonnen, scherm uw gezicht dan af met een handdoek of een sunblock (anti-zonnebrandcrème met een beschermingsfactor van minimaal 25).

Zolang u niets onregelmatigs bemerkt, kunt u langzaam de dosis iets opvoeren. Een meerderheid van de zwangere vrouwen heeft geen last van dit probleem, maar het komt te vaak voor om er geen aandacht aan te besteden. U kunt ook tot die minderheid behoren die er wel last van krijgt.

Wees dus extra voorzichtig in deze periode.

Een andere probleem waar veel zwangere vrouwen mee te maken krijgen is hyperpigmentatie. Vaak rond de tepels en op de onderbuik. Dit verdwijnt doorgaans na de zwangerschap weer.

Wat, als ik nu een huidaandoening heb en zwanger wordt?

Vrouwen met psoriasis blijken tijdens de zwangerschap over het algemeen minder last te hebben van hun ziekte. De huidaandoening S.L.E. (Systemische lupus erythematodes) verergert vaak tijdens de zwangerschap, al hoeft dit niet voor iedereen op te gaan. Het atopisch eczeem tenslotte kan zowel verergeren als verbeteren tijdens de zwangerschap.

Tips:

Het is belangrijk dat u zich prettig blijft voelen. Luister naar uw lichaam. Voelt u zich benauwd of ongemakkelijk, stop dan het zonnen. Tegen het einde van de zwangerschap kan zelfs het op een zonnebank gaan liggen en weer opstaan bezwaarlijk worden.

Vanaf de 7e maand kan de foetus zien. Vermijdt te fel licht op uw buik door er tijdens het zonnen bijvoorbeeld een handdoek overheen te leggen. Zwangere vrouwen met een slappe tepelhuid (en kans op kloven) kunnen baat hebben bij een zonnekuur omdat de te realiseren huidverdikking hierop een positieve uitwerking heeft. De huid van uw buik wordt tijdens de zwangerschap behoorlijk opgerekt en daardoor dunner. Ben bedacht op de mogelijke vorming van striae.

Wat is zonlicht?

We genieten graag van de zonnestralen, maar horen ook waarschuwingen tegen overbestraling. Wat zit er eigenlijk in die straling van de zon of zonnebank? Welke effect heeft welk soort straling? Met deze informatie hopen we u antwoorden te geven op dit soort vragen.

Zonder de straling van de zon zou er geen leven op aarde mogelijk zijn. Deze grote, natuurlijke bron van energie vervulde een essentiële rol bij de evolutie van het leven op aarde en al het leven heeft zich op de aanwezigheid van de zon aangepast.

Elektromagnetische straling

We kennen heel veel soorten straling zoals: Röntgenstraling, warmtestraling, maar ook straling afkomstig van zendmasten voor radio, TV en mobiele telefoons. Dit noemen we allemaal 'elektromagnetische straling'. Deze plant zich door de lucht voort met een golfbeweging. De lengte van die golfbeweging is te meten en verschilt bij de verschillende soorten straling. Die kenmerkt bepaalde eigenschappen van die straling. Is die golflengte lang (zoals bij radiogolven), dan drukken we die lengte uit in meters (m). Bij kortere golflengten gebruiken we nanometers (nm), dat is één miljoenste millimeter. Op de afbeelding zijn verschillende soorten straling te zien, gerangschikt naar golflengte.





Optische straling

Straling met een golflengte tussen 400 en 780 nm is het gewone, zichtbare licht. Wordt de golflengte langer, dan komen we in het gebied van de warmtestraling, het zogeheten infrarood (IR), dat loopt tot ongeveer 1 mm. Aan de andere kant wordt de straling steeds kortgolviger, we komen dan bij de ultraviolette (UV) straling (dus voorbij het violet in de regenboog). Dat loopt door tot 100 nm, daaronder komen we bij de Röntgenstraling.

Het totaal van UV, zichtbaar licht en IR noemen we optische straling omdat deze drie stralingssoorten veel natuurkundige kenmerken gemeen hebben. Van het zonlicht is ongeveer 50% zichtbaar licht, 45% IR en 5% UV.

Ultraviolette straling

De golflengte is dus heel bepalend voor de eigenschappen van de straling. Hierboven hebben we al een vrij grove indeling gemaakt, maar die kunnen we verfijnen. Zo is zichtbaar licht tussen de 500 en 565 nm groen en tussen 435 en 500 nm blauw. Zo’n verfijning kunnen we ook aanbrengen in het UV-gebied: van 100 tot 280 nm noemen we UVC, van 280 tot 315 nm UVB en van 315 tot 400 nm UVA. Dit onderscheid maken we omdat het UV in deze gebieden heel verschillende eigenschappen heeft, zoals u hieronder zult zien. Hierbij moeten we aantekenen dat voor het ontstaan van carcinomen (huidkanker) bij langdurige over bezonning zowel UVA als UVB bijdragen.

UVC

We beginnen met de kortstgolvige UV-straling: het UVC. In de natuur wordt deze straling volledig door ozonlaag en dampkring uitgefilterd, zodat die niet op aarde terechtkomt en het komt ook niet uit zonnebanken. In de techniek wordt UVC tegenwoordig vaak toegepast om te desinfecteren (o.a. drinkwater, lucht in ruimten en oppervlakten van voedsel).

UVB

Het meest bekende positieve effect van UVB is dat het zorgt voor de aanmaak van vitamine D3, dat essentieel is voor een goede botstructuur. Het ontbreken van deze vitamine leidt bij kinderen tot rachitis (misvormde botten, ook bekend als Engelse ziekte) en bij ouderen tot osteoporose (botontkalking, waardoor botten gemakkelijker breken). UVB zorgt voor de eerste fase van de pigmentaanmaak.

Met UVB kan ook huidverdikking worden opgebouwd, hetgeen een natuurlijke bescherming is tegen teveel UV -belasting van de huid. UVB is het meest verantwoordelijk om zonnebrand en sneeuwblindheid (lasogen) te veroorzaken. Verder heeft UVB een positieve werking op de stofwisseling, verlaging van de bloeddruk en op sportprestaties.

UVA

Tenslotte het UVA. Deze zorgt voor een goede, diepere pigmentatie (bruining) van de pigmentkorrels die al aanwezig zijn (dus de al wat donkere huidtypen). Lichte huidtypen kunnen met alléén UVA niet goed bruinen (wel met een combinatie van UVA en UVB). UVA wordt medeverantwoordelijk gehouden voor snellere huidveroudering en kan in de ogen leiden tot grijze staar. Onder meer daarom is oogbescherming bij het zonnen noodzakelijk.

Zon of zonneapparaat

Zoals gezegd, komt UVC niet op het aardoppervlak en wordt ook niet door zonneapparaten afgegeven. UVA wordt in de natuur praktisch ongefilterd doorgelaten, het is ook altijd aanwezig in straling van zonneapparaten. Het UVB aandeel in het zonlicht is sterk afhankelijk van: het tijdstip op de dag, de tijd in het jaar (maximaal in juni, nihil in december), de plaats op aarde, de hoogte boven zeeniveau en ook nog de atmosferische omstandigheden. In zonneapparaten is het aandeel UVB afhankelijk van het gekozen lamptype en eventuele filters, maar blijft wel constant. Veel lampenfabrikanten geven de effectiviteitfactor om aan te geven hoe sterk de lampen zijn.

Anti-zonnebrandmiddelen voor buiten zonnen

Wie buiten gaat zonnen moet met een aantal zaken rekening houden om de huid niet te beschadigen. Het gebruik van anti-zonnebrandmiddelen is één van de mogelijkheden dat te voorkomen. In deze informatie leest u hoe u uit het brede aanbod anti-zonnebrandmiddelen een keuze kunt maken.

Zonlicht heeft een positieve werking op de huid en het lichaam: wanneer de zon schijnt voelen we ons lekker. Maar wie te vaak en te lang in de zon zit kan ook negatieve effecten ondervinden. Op korte termijn kunt u verbranden. Op langere termijn kan de huid voortijdig verouderen en soms kan zelfs huidkanker ontstaan. Het is dus goed om niet te lang en niet te vaak in de zon te gaan. Hieronder gaan we nader in op het gebruik van anti-zonnebrandmiddelen. Die zijn alleen geschikt voor bescherming tegen de buitenzon.

Bescherming

Wanneer u in de zon komt zal de huid die onbeschermd is kunnen verbranden. U kunt uw huid op verschillende manieren tegen de schadelijke effecten beschermen. U kunt een anti-zonnebrandmiddel gebruiken en/of u erop kleden (bijv. kleding met lange mouwen en een hoed of pet te dragen).

Een anti-zonnebrandmiddel helpt tegen verbranding, maar let op: ook met een anti-zonnebrandmiddel moet u niet te lang en teveel zonnen, wilt u uw huid sparen. U moet zich wel realiseren dat, als u op het strand ligt te zonnen u een veel grotere dosis UV-straling opdoet dan als u loopt (behalve uw schouders en hoofd). Dit komt doordat dan de zonnestralen loodrecht op uw huid kunnen inwerken.

Anti-zonnebrandmiddelen

Op anti-zonnebrandmiddelen staan getallen (en/of indicaties) die het niveau van bescherming tegen ultraviolette straling aangeven. In deze producten zitten UV-filters die ervoor zorgen dat minder UV-straling de huid bereikt. De beschermingsfactor geeft de mate van bescherming tegen verbranding, als gevolg van UV-B straling aan. De factor wordt berekend volgens een universele methode en garandeert dat twee producten met dezelfde factor ook dezelfde bescherming bieden.

Op het product kan ook worden vermeld of het bescherming biedt tegen UV-A straling die o.a. de veroudering van de huid tot gevolg heeft, maar ook diepe bruining geeft. Wilt, of moet, u lang in de zon blijven, dan is het aan te bevelen een product te kiezen dat tegen beide vormen van straling beschermt.

De 'watervastheid' van een anti-zonnebrandmiddel is vastgesteld door de beschermingsfactor te meten voor en na herhaalde activiteiten in het water. Pas op voor producten die geen UV-filters bevatten maar zeggen het bruiningsproces te stimuleren. De kans op verbranden is hierbij veel groter.

Algemene tips bij het gebruik van zonnecosmetica

• Bescherm uw huid goed, wanneer u buiten gaat zonnen. Gebruik een anti-zonnebrandmiddel met de juiste beschermingsfactor dat past bij uw huidtype en de zonkracht van dat moment.

• Smeer het product een half uur van te voren op de onbedekte lichaamsdelen.

• Herhaal dit minstens elke twee uur en na het zwemmen.

• Bescherm gevoelige zones zoals neus, oren, nek, witte randjes, etc., extra.

• Lees de gebruiksaanwijzing op het product goed door.

• Zorg dat u nooit verbrandt. Luister naar uw lichaam: prikt uw huid of voelt u zich niet prettig in de zon, zoek dan de schaduw op.

• Verzorg uw huid na het zonnen met een aftersun product.

Bepaal uw factor

Stel: het is één van de eerste zonnige dagen in Nederland. De zonkracht (UV-index) op zo'n dag is ongeveer 6. Uw huid is nog niet gebruind. Welke beschermingsfactor hebt u dan nodig voor een dagje in de zon?

Beschermingsfactor bij zonkracht 6

De beschermingsfactoren die in deze tabel zijn genoemd bieden u een richtlijn om te bepalen welke factor voor u geschikt is.

Persoonlijke kenmerken
Beschermingsfactor
Nieuwe aanduiding
Kinderen (tot 15 jaar) ongeacht het huidtype
20 - 30
hoog - zeer hoog
U verbrandt zeer snel en wordt niet bruin. U hebt een zeer lichte huid, vaak met sproeten, rossig tot lichtblond haar, lichte ogen (= huidtype 1)
18 - 20
hoog
U verbrandt snel en wordt langzaam bruin. U hebt een lichte huid, blond haar, lichte ogen (= huidtype 2)
10 - 12
gemiddeld
U verbrandt zelden en wordt gemakkelijk bruin. U hebt een licht getinte huid, donker tot bruin haar, vrij donkere ogen (= huidtype 3)
5 - 7
laag - gemiddeld
U verbrandt bijna nooit en bruint zeer goed. U hebt een getinte huid, donker haar, donkere ogen (= huidtype 4)
4 - 6
laag











Met deze factor kunt u maximaal drie uur in de zon verblijven. U kunt er ook voor kiezen minder lang in de zon te zijn met een lagere beschermingsfactor, of langer met een hogere factor.

In de loop van het jaar, als u al meer tijd in de zon hebt doorgebracht, kunt u doorgaans ook volstaan met een lagere factor. Maar heeft u een kwetsbare huid, dan blijft een hoge factor raadzaam. Bedenk echter wel dat uw huid alleen aan de zon kan wennen, als er voldoende UV-straling op komt. Het blijft dus altijd een kwestie van uw verstand blijven gebruiken.